De Hogepriester droeg in het Oude Testament een borsttas met daarop 12 stenen die de stammen van Israël symboliseerden. Hoogstwaarschijnlijk stond de robijn symbool voor de stam Juda. Op dit abstract ogende schilderij is een dwarsdoorsnede te zien van een robijn in een afzetting van een ander gesteente, genaamd zoïsiet. 'Maak een borsttas voor de orakelstenen. (..) Zet er vier rijen stenen op: de eerste rij wordt gevormd door een robijn, een topaas en een smaragd; de tweede rij door een granaat, een saffier en een aquamarijn; de derde door een barnsteen, een agaat en een amethist, en de vierde door een turkoois, een onyx en een jaspis, allemaal in gouden kassen gevat. Er moeten twaalf stenen zijn, zoals er twaalf namen zijn van Israëls zonen: in elke steen moet de naam van een van de twaalf stammen gegraveerd worden.' (Exodus 28: 15, 17-21 NBV) |